Over de Haas en de Alkmaarse Knokploeg
Het is dinsdag 7 december 2010. Veel straten en plekken in Alkmaar zijn vernoemd naar figuren uit het verleden van onze stad, zo ook het Fritz Conijntunneltje. Fritz Conijn (codenaam de Haas) werd op 27 juni 1923 geboren in Alkmaar. Hij komt al op zeer jonge leeftijd in aanraking met het verzet en wordt op zeventienjarige leeftijd, samen met zijn zwager Doeko Bosscher, Conijn, één van de belangrijkste verzetslieden van de LO-Alkmaar (Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers). Al snel gaat Fritz ook contacten leggen buiten Alkmaar. De aansluiting met andere LO-afdelingen komt pas goed op gang als Fritz de zogenaamde beurs van de LO gaat bezoeken, waar onderduikadressen worden uitgewisseld.
In maart 1944 staat Fritz weer voorop als in Alkmaar een KP (Knokploeg) wordt opgericht. Knokploegen zorgden voor allerlei voorzieningen voor de onderduikers die de LO had geholpen. Fritz heeft al elders in het land bij overvallen geassisteerd en zodoende ervaring opgedaan voor de Alkmaarse KP.
De KP-Alkmaar pleegt onder andere overvallen op de distributiekantoren van Veenhuizen en Heiloo, op een Sicherheitsdienst (SD)-gebouw in Alkmaar en op twee politiebureaus, om aan wapens te komen. Op 22 mei 1944 krijgt de ploeg de eerste grote tegenslag te verwerken als drie medewerkers worden opgepakt. Hierna blijft de SD de groep van Fritz hardnekkig vervolgen. Op 25 juni 1944 wordt door de SD de genadeklap uitgedeeld waarmee de Alkmaarse KP werd uitgeschakeld. Fritz wijkt dan uit naar Amsterdam, waar hij een nieuwe KP-groep opzet. Deze groep heeft een meer provinciaal karakter en pleegt overvallen op het distributiekantoor in Oudorp en onderschept twee bonkaarttransporten bij Spanbroek en Schagerbrug.
Helaas wordt Fritz op 19 augustus 1944 door verraad opgepakt. De SD-er die verantwoordelijk is voor de arrestatie van Fritz is Oehlschlägel, één van de meest beruchte SD-ers, die later zelf ook wordt geliquideerd. Op 6 september 1944 wordt Fritz Conijn op 21-jarige leeftijd samen met twee maten in Kamp Vught gefusilleerd.
Fritz mag, ondanks zijn jeugdige leeftijd, worden gezien als één van de groten van het Nederlands verzet. Hoe een nog zo jonge man het voor elkaar heeft gekregen zo'n organisatie op te bouwen, is heel bijzonder te noemen. Daarom krijgt hij, bij Koninklijk Besluit van 25 juli 1952, postuum het Verzetskruis 1940-1945 toegekend, ter erkenning van bijzondere moed en beleid aan den dag gelegd bij het verzet tegen de Vijanden van de Nederlandse zaak en voor behoud van de geestelijke vrijheid.
- Categorieën:
- Personen


Reacties van anderen
Maar vooral is het een hele prestatie om dat allemaal op die leeftijd gedaan te hebben.
Markus @ 2010-12-10 00:02:51
Hij is niet in Vught doodgeschoten, in Amsterdam opgepakt en ''ergens''. Maar mijn broer is van plan hier een boekje over te schrijven.
Boeiend!
Anne Bosscher
Anne Bosscher @ 2011-01-22 15:33:51
25 Jaar geleden heb ik uitgebreid met zo'n groep "jongens" gesproken. Zij waren 15 tot 18 jaar toen zij begonnen aan hun verzetsactiviteiten, allemaal lid van de RK-verkennerij. Op 2 april 1941 werd de verkennerij/padvinderij door de Duitse bezetters verboden. Er werden daarna wel opkomsten gehouden, maar altijd in het geheim op schuillocaties. Hun clubhuizen stonden leeg of werden geconfisqueerd door pro-Duitse jeugdbewegingen, zoals de Jeugdstorm. Dienstvaardigheid staat bij scouting/verkennerij hoog in het vaandel en dat kon niet meer gezamenlijk in het openbaar worden uitgevoerd. Het begrip Dienstvaardigheid is voor een scout opkomen voor de belangen en behoeften voor zij die dat (dringend) nodig hebben. In die tijd waren dat er veel. Op donderdag 11 februari 1943 wordt in alle kerken een herderlijke brief van kardinaal De Jong voorgelezen, waarin de kerkleiding protesteert tegen terreurdaden van de Duitsers. Feitelijk riepen zij op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Vele jongens van de RK-verkennerij moeten hierdoor geïnspireerd zijn om, gesteund door de kerk, in actie te komen, om nog meer dienstvaardig te worden. Het begon met kwaaiejongensstreken als, de geit van een NSB-er stelen, een schrijfmachine uit het kantoor van de districts stürmbahnführer stelen, hun eigen clubgebouwen in brand steken (die waren immers geconfisqueerd door de Jeugdstorm). Alles 'mocht', als het maar de Duitse bezetter en hun handlangers tartte. Apentrots waren ze op hun daden. Hun ouders wisten er niet van, de leiding van de verkennerij vaak wel, maar ook niet het fijne. Van het een kwam het ander en al snel wilden die jongens meer. Fritz Conijn, ook een RK-verkenner, moest zich ook door deze kardinale rede aangetrokken hebben gevoeld om de volgende stap te zetten. Hij zat toen immers al in het circuit bij het inzamelen van geld voor de zgn Zeemanspot en het aantal behoeftigen nam hand over hand toe, terwijl de schenkingen afnamen omdat de mensen gewoonweg niets meer konden missen. De Duitse bezetters werden meer en meer veeleisender en onmenselijker naarmate de oorlog/bezetting voortduurde. Andere bronnen moesten aangeboord worden en de acties werden harder en geweldadiger. Zo rolden "onze jongens" van openbare dienstverlenende acties in de ondergrondse dienstverlenende activiteiten, van het collecteren voor hulpbehoefenden tot een overval op een waardetransport en ik chargeer,van een oude dame helpen bij het oversteken, tot aan het liquideren van een vijandelijke verrader. Het begrip Dienstvaardigheid is, wat dat aangaat, een ruim begrip, maar het is altijd gericht op directe hulp in je eigen omgeving, ook daarbuiten voor een groter doel. Je moet het ook kunnen plaatsen in de tijd waarin het zich afspeelt. Dienstvaardigheid is tijd- en situatie gebonden.
Fritz Conijn was een verkenner in hart en nieren, die vanaf het begin van de onderdrukking tot aan zijn dodelijke executie zich met passie, gedrevenheid en naaste bewondering heeft ingezet voor het hogere doel, de bevrijding van Nederland. Toendertijd was dit dienstvaardigheid op het allerhoogste niveau. Er zijn vele mede-scouts uit Alkmaar e.o. die hun leven hebben gegeven voor de Vrijheid zoals Jan Hoberg uit Castricum die op 19-jarige leeftijd is gefusilleerd na een mislukte overval op het Stadshuis van Alkmaar, Gerard Veldman uit Alkmaar die op 26-jarige leeftijd is neergeschoten in Rustenburg en André van Elburg uit Alkmaar die op 20-jarige leeftijd als Stoottroeper op Java in de strijd is gesneuveld.
Frank @ 2011-03-03 10:20:59
Uw reactie
Plattegrond