Over Alkmaarse rupsenkwekerijen
Het is vrijdag 5 februari 2010. Zo vlak voor het weekend geven we jullie graag weer wat stof tot nadenken.
Je ziet voormalig koopmanshuis de Zijworm aan de Mient waarin van 1641 tot 1675 twee koopmannen hun handel in zijden stoffen hielden, eerst Jan Cornelis en later Claas Willems van Hem. De laatste werd in 1672 eigenaar en liet de gevelstenen aanbrengen. Op de gevelsteen in het midden is een rups te zien, een zijderups wel te verstaan. Het kroontje boven de rups staat ongeveer gelijk aan wat wij nu hofleverancier noemen.
In de zeventiende eeuw werden pogingen ondernomen om in West-Europa, en ook in Alkmaar, de productie en teelt van zijde te introduceren. Echter met het klimaat dat wij hebben, en de grote kwetsbaarheid van de zijderups en de moerbeiboom (dit is de enige boomsoort waar de zijderups zijn voeding vandaan haalt) werd dit een grote mislukking en moest de zijde gewoon weer uit China worden geïmporteerd.
Tegenwoordig komt de zijderups niet meer in het wild voor en is hij afhankelijk van de mens voor zijn voortplanting. De eieren doen er ongeveer tien dagen over om uit te komen, vanaf dan eten ze dag en nacht. Na een tijdje wikkelt de rups zich in een cocon van zijde. Deze zijdedraad is 300 tot 900 meter lang en ongeveer 10 micrometer (= duizendste deel van een millimeter) dik. Ongeveer 5000 van deze cocons zijn nodig om één kilogram zijde te maken. Een flink aantal, en dus heb je van zijderupsjes nooit genoeg.
Terug naar de Zijworm; bij restauratiewerkzaamheden aan dit pand in 2007-2008 is ontdekt dat achter deze gevel een veel ouder pand schuil gaat, waarvan delen van het houtskelet zelfs uit 1501 dateren!
- Categorieën:
- Historische panden


Reacties van anderen
Bones_nl @ 2010-02-05 14:19:27
Uw reactie
Plattegrond