Over brandende hoepels en een polsstok
Het is woensdag 24 februari 2010. De coach van Sven Kramer heeft gisteravond de blunder van zijn leven begaan. Hij stuurt Sven tijdens zijn race op de tien kilometer de verkeerde baan in waardoor hij zijn tweede gouden medaille misloopt. Van een gevallen held stappen wij graag naar onze eigen stadsheld; Maarten Pietersz van der Mey. Zijn bronzen beeld uit 1965 is gemaakt door Mari Andriessen en staat op het Kerkplein bij de Grote Kerk.
In 1573 belegerden Spaanse troepen Alkmaar en was de stad omsingeld. De bevolking verzette zich dapper door de Spanjaarden te bekogelen met kokend teer en brandende hoepels, maar ons kleine stadje leek niet bestand tegen de wereldmacht. Wie niet sterk is moet slim zijn en dus werd stadstimmerman Maarten Pietersz van der Mey op pad gestuurd gewapend met zijn polsstok waarin een brief van het Alkmaarse stadsbestuur zat verstopt. Dwars door de linies begeeft hij zich springend over sloten en greppels naar Schagen, waar de militair opperbevelhebber van de streek zich bevindt, geuzenleider Diederik van Sonoy. In de brief staat het verzoek aan Sonoy om de dijken van de Zuiderzee door te steken en de sluizen open te draaien om zo de Spanjaarden te laten verdrinken. Diederik van Sonoy geeft het bevel, en langzaam aan begint het water rondom Alkmaar te stijgen. De Spanjaarden beginnen te vluchten en op 8 oktober 1573 blazen de laatste Spanjaarden de aftocht. Het leger is door het opkomende water verdreven, na een beleg van 7 weken is Alkmaar weer vrij. Het bleek het keerpunt in de Tachtigjarige Oorlog te zijn.


Reacties van anderen
Bones_nl @ 2010-02-24 12:22:29
Uw reactie
Plattegrond