Over wonen in een molen
Het is maandag 30 augustus 2010. Wij keren het weekend de rug toe met een bezoek aan de Molenkade. De molens aan de Molenkade behoren tot de molens van de Raakmaatsboezem. Ze werden rond 1630 gebouwd om het water afkomstig uit de verschillende polders (onder andere het Geestmerambacht en de Heerhugowaard) af te malen naar de Schermerboezem. De Raakmaatsboezem heeft in totaal veertien strijkmolens gehad; vier achter Oudorp, vier bij Rustenburg, en zes op de Molenkade.
In 1941 verloren de molens hun functie doordat de Raakmaatsboezem gemeengelegd werd met de Schermerboezem (dat wil zeggen op hetzelfde niveau gebracht en met elkaar verbonden). De molens werden buiten bedrijf gesteld en acht molens werden afgebroken. Men realiseerde door de toenemende woningnood net op tijd dat de molens ook konden worden ingezet als woning. De resterende acht molens werden gered van de sloophamer en als woning verhuurd, waaronder Molen E aan de Molenkade.
Een molen is een aparte omgeving om in te wonen, van de duizend molens in Nederland worden er dan ook maar zo'n 150 bewoond. Om over een molen als woning te spreken, moeten we onderscheid maken tussen industriemolens en poldermolens. Bij industriemolens, zoals een korenmolen, werd de hele molen gebruikt in het proces. Sommige verdiepingen waren helemaal voor de fabricage, en andere verdiepingen waren compleet voor de opslag. In dit soort molens was dan ook geen ruimte om te wonen. De, meestal rijke, molenaar woonde met zijn gezin in een mooi huis bij de molen.
Poldermolens daarentegen waren gebouwd als gemaal en waren vaak eigendom van het polderbestuur of het waterschap. De molenaar die hier dienst deed was meestal een arme arbeider die als onderdeel van zijn salaris in de molen mocht wonen. De woonomstandigheden waren hier niet al te best en de ruimte was erg krap. Het molenaarsgezin woonde alleen beneden, in de weeg (=romp) van de molen. Oorspronkelijk waren hier drie vertrekken; een kamer, een voorhos en een achterhos. Omdat men in die tijd vaak grote gezinnen kenden, gebruikte men als oplossing voor het ruimtegebrek diverse bedsteden waar dan met drie of meer mensen in werd geslapen.
De molens van de Raakmaatsboezem waren oorspronkelijk uitgerust met een scheprad, dat in 1844 werd vervangen door een moderne vijzel. Het molenaarsgezin had baat bij deze technische vooruitgang, omdat met het verwijderen van de omkasting van het scheprad ruimte voor een tweede woonkamer ontstond. Molen E is in de periode 2007-2009 compleet gerestaureerd en weer draaivaardig gemaakt. Naast de restauratie van de romp, kap en wiekenkruis is op basis van bouwhistorisch onderzoek het interieur van de molen teruggebracht in de staat van voor 1941.
- Categorieën:
- Molens


Reacties van anderen
STEHOUWER AND RECIO @ 2010-08-30 21:34:59
Fotootje met... @ 2010-08-31 08:38:25
Uw reactie
Plattegrond