Over schippers op doorreis en drooggevallen herbergen
Het is woensdag 15 september 2010. Wij zoeken met het gure herfstweer het kolkende water op aan het Noordhollands Kanaal. Door opslibbing van het IJ en de ondiepte bij Pampus was de transportverbinding met Amsterdam via de Zuiderzee een moeizame en kostbare zaak geworden. Op initiatief van koning Willem I werd daarom in 1824 het Grote Kanaal van Den Helder naar Amsterdam, nu bekend als het Noordhollands Kanaal, geopend.
Om de handel in Alkmaar te bevorderen heeft het Alkmaarse stadsbestuur, onder leiding van toenmalige burgemeester Archibald Maclaine Pont, alle moeite gedaan om het kanaal dwars door Alkmaar heen te laten graven. Hiervoor moest zelfs een deel van de stadswal en de resten van de Friese Poort worden opgeofferd. Ook werden tussen het Heiligland en de Bierkade het monumentale Korenmetershuis, herberg het Hof en de Waterpoort gesloopt en moest de Hoge Brug bij de Voormeer wijken voor de aanleg van het kanaal.
Kenmerkend voor het kanaal waren de vele vlotbruggen die het water overspanden. Omdat er met de komst van het kanaal een overspanning van maar liefst 37 meter moest worden gemaakt, waren deze bruggen als enige geschikt.
Uiteindelijk bracht de aanleg van het water dwars door Alkmaar niet de economische voorspoed die men had gehoopt. Schippers en reizigers die voorheen halverwege hun reis in Alkmaar overnachtten, konden met de komst van het kanaal regelrecht en snel naar hun bestemming toe. Zij gaven hun geld niet meer in Alkmaar uit, waardoor veel herbergen droog vielen.
Ook nu nog brengt deze beslissing nog negatieve gevolgen met zich mee. Zo vindt het Alkmaarse verkeer door de waterweg grote overlast, maar het kanaal verleggen is natuurlijk geen optie meer. Gelukkig brengt het kanaal met zijn natuurwaarde en opties tot watertoerisme tegenwoordig ook veel goeds.
- Categorieën:
- Water en bruggen


Reacties van anderen
Uw reactie
Plattegrond