Over broodstuivers en een klaroenblazer
Het is dinsdag 30 november 2010. Alkmaars boegbeeld, de Waagtoren, is al zo vaak op de foto gezet, dat wij voor een ander perspectief kiezen. Die van het uitzicht vanuit de toren, kijkend over Alkmaar dat bedekt is met een prachtig wit tapijt.
Oorspronkelijk had dit uit de 14e eeuw afkomstige gebouw de bestemming van Heilige Geestkapel. In het naastgelegen Heilige Geestgasthuis werden zieken verpleegd en konden arme reizigers voor maximaal drie dagen en nachten gratis onderdak krijgen. Het kerkbestuur was verplicht jaarlijks aan honderd arme burgers op de avonden voor Pasen, Pinksteren, Allerheiligen en Kerstmis een stuiver aan geld, een halve stuiver aan brood en een halve stuiver aan drank te schenken.
In de Middeleeuwen had de graaf van Holland de Alkmaarders het waagrecht gegeven. Dit was het recht om alle goederen die op de markt werden verkocht te wegen en daar geld voor te vragen. Een belangrijk recht dus, want het bracht veel geld op. In het jaar 1566 gaf de bisschop van Haarlem toestemming om dit Heilige Geestgasthuis in te richten tot waaghuis, voor het wegen van de kazen van de Kaasmarkt.
Alkmaar verloor het waagrecht toen, onder koning Filips II, maar liefst zesduizend gouden guldens per jaar voor het recht moest gaan betalen. Willem van Oranje liet Alkmaar, na het Alkmaars beleg, wegens getoonde dapperheid en trouw, het waagrecht terugkopen. Men besloot toen in 1582 de waag over te brengen naar de, inmiddels functieloze, grotere Heilige Geestkapel. De verbouwing van kapel tot waaggebouw werd in 1583 voltooid. Als je het waaggebouw nu goed bestudeert, vind je dichtgemetselde kerkramen. De sierlijke voorgevel aan de waterzijde werd met de transformatie opgesierd met de wapens van Alkmaar en de handelssteden Oudewater en Amsterdam.
De huidige toren is alleen via een smalle, ronde spiltrap toegankelijk. Het gevaarte is in 1715 recht gezet, deze stond namelijk dertig centimeter uit het lood. Deze operatie duurde slechts één uur en kostte een bedrag van 22,15 gulden. Vroeger kon men voor een kwartje de toren betreden om te genieten van een spectaculair uitzicht over de stad. Bovenin de toren vind je de plek waar de stadsbeiaardiers al honderden jaren het carillon bespelen. Wij mogen vandaag ook de smalle houten trappetjes beklimmen om op het hoogste puntje van de Waagtoren te genieten van het immense uitzicht.
De meest gefotografeerde onderdelen van de Waagtoren zijn de ruitertjes die elk uur hun rondjes draaien en daarmee hun steekspel laten zien, en deze 17e eeuwse klaroenblazer die om 11, 15 en 19 uur zijn klaroen (soort trompet) blaast.
- Categorieën:
- Alkmaarse trekpleisters
- Kerken en begraafplaatsen


Reacties van anderen
Die klaroenblazer had ik nog nooit eerder gezien!
En wat een heerlijk uitzicht!!!
Gr. Mieke
Fotootje met... @ 2010-12-01 08:15:26
Charlotte @ 2011-11-12 15:07:09
Uw reactie
Plattegrond