Over riddertoernooien en de minstreel van Kennemerland
Het is zaterdag 17 juli 2010. Willem Jacobsz Hofdijk was de zoon van een Alkmaarse goudsmid. Hij werd geboren in 1816 in dit huis aan de Koningsweg. Als kind al oefende de middeleeuwen een grote aantrekkingskracht op Willem uit. De zolder van zijn ouderlijk huis had hij met zijn vriendjes ingericht als ridderzaal compleet met harnassen van zilverpapier, houten zwaarden en zelfgemaakte bogen. Hier hielden ze vervolgens heuse riddertoernooien.
Als Hofdijk ouder wordt is hij eerst een tijdje onderwijzer en daarna klerk op het stadhuis in Alkmaar. Zijn droom is echter om kunstschilder te worden, echter had hij geen liquide middelen om deze droom waar te maken. Zijn tekeningen trokken wel de aandacht en al gauw kreeg hij van de gemeente Alkmaar verlof om zich met behoud van salaris bezig te houden als landschapsschilder. Eenmaal met deze taak begonnen kwam Willem al snel tot de conclusie dat hij toch niet zo'n talent had als gedacht.
Hij legde deze taak (en droom) naast zich neer en werd benoemd tot leraar Nederlandse Taal aan het Amsterdams gymnasium. Dit heeft hij gedaan tot zijn zeventigste. In deze periode schreef Hofdijk poëzie en gedichten. Met als bekendste werk Kennemerland. Hierin vertelt hij in dichtvorm middeleeuwse overleveringen gerelateerd aan verschillende plekken en dorpen in Kennemerland. Aan deze bundel houdt Willem de naam minstreel van Kennemerland over.
We citeren voor jullie graag de laatste strofe van een gedicht uit deze bundel Kennemerland over de inval van de Friezen in Alkmaar: In Alcmaer ging de bierkroes om, Ter eer van Egmonds Held. Maar dertig Friezen lagen bleek En dood op het Buitenveld.
Het is leuk om de hele overlevering over deze Friese inval te lezen op pagina 117.
- Categorieën:
- Gevelstenen
- Personen


Reacties van anderen
Uw reactie
Plattegrond