Over blauwalg en snoekbaars
Het is dinsdag 8 juni 2010. Vandaag is het Wereldoceanendag. Een speciale dag ingesteld in 1992 om onze oceanen positief onder de aandacht te brengen en mensen op te roepen actie te ondernemen om de zeeën te verdedigen. Tevens is het vandaag de start van het buitenzwemseizoen. In dit seizoen dat tot 1 oktober loopt, wordt er extra aandacht geschonken aan de veiligheid van de verschillende zwemlocaties en het controleren van het zwemwater op onder andere blauwalg. Met al dat water kiezen wij vandaag het ruime sop en zetten koers naar het Zwijnsmeertje.
Tot de 16e eeuw ligt Alkmaar in een merengebied. De naam van onze stad is daarom ook snel te verklaren. Het is een samenstelling van het Oudnederlandse mere (dit is later verdrongen door het uit het Latijn overgenomen mare)en het woord alk. Dit verwijst ofwel naar een vogelsoort of naar het oude woord alke wat modderig betekent. Rondom de stad liggen vele meren, waaronder de Voormeer, de Vroonermeer, de Daalmeer, de Boekelermeer, de Schermeer en de Zwijnsmeer. Na de Middeleeuwen verandert het landschap rondom Alkmaar in snel tempo. Helemaal als in de 15e eeuw de watermolen voor het eerst opduikt in Alkmaar. De meren worden drooggelegd. Als eerste en met succes is in 1533 de Achtermeer aan de beurt. Hierna volgen al gauw andere Alkmaarse meren, met in 1567 de inpoldering van het Zwijnsmeer.
Tegenwoordig is het Zwijnsmeertje weer een gezellig knus klein meertje met een aantrekkingskracht op vissers. Bij de vissers in de regio Noord-Holland staat het meertje vooral bekend als goede snoekbaarsstek, maar er schijnt ook veel Karper te zitten.
- Categorieën:
- Natuur
- Water en bruggen


Reacties van anderen
Uw reactie
Plattegrond