

Over Truitje en Majoor Frans
Het is 22 januari 2010. Vandaag schrijven we over een Alkmaarse schrijfster: Anna Louisa Geertruida Bosboom-Toussaint wordt gerekend tot de beste Nederlandse auteurs van de 19e eeuw.
Truitje (voor intimi) wordt in 1812 geboren op de Mient 8 in Alkmaar (Nu restaurant Deli) en groeit op in een gezin met veel financiële moeilijkheden. Ze heeft een goede band met haar vader, de apotheker Hendrik-Toussaint, die haar de liefde voor literatuur bijbrengt. Met haar Haarlemse moeder, die niet in het provinciale Alkmaar kan wennen, is de relatie minder goed. In 1820 lopen de spanningen zo hoog op dat ze bij haar oma in Harlingen gaat wonen. Hier wordt haar literaire belangstelling verder gestimuleerd. Op haar zestiende keerde Geertruida terug naar haar ouderlijk huis in Alkmaar, ze haalt hier in 1933 een diploma voor schoolhouderesse en wordt gouvernante bij een familie in Hoorn. Bij dit cultureel onderlegde gezin maakt ze via de plaatselijke leeskring kennis met (franse) literatuur. Als opvoedster had ze minder succes.
Begin 1835 keert ze wederom terug in haar ouderlijk huis in Alkmaar. Hier leeft ze naar eigen zeggen als in een pension: Overdag brengt ze door op haar kamer met het lezen en vertalen van literatuur, pas 's avonds komt ze voor de thee naar beneden en leest dan haar ouders voor. Zij hoopt met dit vertalen haar brood te verdienen, totdat een uitgever haar adviseert om zelf te gaan schrijven. Dit resulteert in 1837 in haar eerste novelle Almagro. In datzelfde jaar verschijnt haar eerste grote boek de historische roman De graaf van Devonshire. Hierna zoekt ze haar onderwerpen in de vaderlandse geschiedenis en verschijnt er vrijwel ieder jaar wel een boek van haar hand. Zo wordt ze al gauw een bekend auteur, ze krijgt opdrachten voor literair werk en wordt opgenomen in literaire kringen. De schrijfster is overigens vooral bekend gebleven door de eigentijdse roman Majoor Frans (1874), over een meisje dat door haar vader als jongen wordt opgevoed.
In 1845 wordt ze tot ereburgeres van Alkmaar benoemd. Na wat mislukte relaties trouwt Geertruida in 1851 met de Haagse kunstschilder Johannes Bosboom, en vestigt zich in 's-Gravenhage. Het huwelijk blijft kinderloos. In 1886 sterft Truitje na een kort ziektebed. Ter nagedachtenis van haar 100e geboortejaar wordt in 1912 dit bronzen borstbeeld van haar onthuld aan het begin van de Wilhelminalaan. Zie hier een foto uit 1964 van het acht oktober feest in volle gang met op de achtergrond het borstbeeld.
Reacties van anderen
Theo @ 2010-01-27 23:04:39
Milonga @ 2010-01-23 18:23:36
Uw reactie
Plattegrond